Eén verhaal, vele versies


Ben je leerkracht en wil je in de klas werken rond ‘Een kleine wereldgeschiedenis in 100 grote data’? Dan kun je er ook andere boeken bij betrekken. Ik ben immers niet de eerste auteur (en wellicht ook niet de laatste) die jonge lezers een verhaal voorschotelt over pakweg Rosa Parks of Alexander de Grote. Het is fijn om leerlingen te laten proeven van verschillende schrijfstijlen of om te kijken waar verhalen elkaar aanvullen (of tegenspreken). Hoe meer versies, hoe meer leesplezier?!
‘Een kleine wereldgeschiedenis in 100 grote data’ bevat 100 korte (voorlees)verhalen over historische figuren, plaatsen en gebeurtenissen. Het boek wil een overzicht geven van de klassieke mijlpalen (het Romeinse Rijk, de ontdekkingsreizigers, de Wereldoorlogen…) maar hoopt regelmatig toch te verrassen. De Angolese koningin Ana Nzinga, de Indische keizer Asjoka en de Japanse hofdame Murasaki Shikibu mogen gerust meer naamsbekendheid krijgen. Als schrijver had ik veel plezier met het voor het voetlicht brengen van minder gekende held(in)en.


Dat neemt niet weg dat ik ze óók met overtuiging (en ongetwijfeld eigen accenten) heb geschreven, de verhalen over de ‘usual suspects’ in geschiedenisoverzichten. Neem Julius Caesar, Christoffel Colombus, Napoleon en Anne Frank. In deze blogpost wijs ik de weg naar een aantal (non-fictie) boeken voor de jeugd die aandacht schenken aan figuren die ook in ‘Een kleine wereldgeschiedenis’ aan bod komen. Ik geef een paar ideeën om met verschillende versies van eenzelfde verhaal te werken. En ik hoor ook graag wat jullie ermee kunnen in de klas!


Waar hebben we dat nog gelezen? 7 boeken die je naast de 100 Data kunt leggen…
In haar twee boeken ‘Helden’ (2011) en ‘Geniaal’ (2015) (verschenen bij Ploegsma) brengt Janny van der Molen mensen tot leven die de wereld mooier maakten (o.a. Gandhi, Anne Frank en Martin Luther King) of beter (Louis Pasteur). Van der Molens verhalen zijn een stuk langer dan die in de 100 Data. Vaak geeft ze een korte schets van een historische figuur, die ze aanvult met een langer verhaal over een hedendaags kind.
Paul de Moor is een ervaren verteller. In ‘Buitengewone ontdekkingsreizigers‘ (2018, Lannoo) voert hij – wat dacht je met die titel? – o.a. Alexander De Grote, Marco Polo, Christoffel Colombus, James Cook, Charles Darwin en Neil Armstrong op. Dit boek vind ik erg de moeite. Teaser: over ‘eerste man op de maan’ Neil Armstrong deelt de Moor een bijzonder leuk weetje en hij vermeldt ook ’tweede man op de maan’ Buzz Aldrin, ster bij de 100 Data.
Voor zwierige verhalen in historische setting ben je bij Ed Franck aan het juiste adres. In ‘Wereldberoemde dwarsliggers, ettertjes en doordouwers‘ (2010, Manteau) buigt hij zich over de kindertijd (tot pakweg hun twintigste) van o.a. Anne Frank, Alexander de Grote, Christoffel Columbus, Karel De Grote en Charles Darwin. Franck kiest vaak voor een kind als verteller. Zo laat hij een hedendaags meisje lezen in het dagboek van Anne Frank en vertelt de ‘jongen met de pijp’ (die poseerde voor een bekend schilderij van Picasso) zijn gesprek met de schilder na.


De focus moet niet altijd op mensen liggen. Steden zijn historisch superinteressant! Daarom maakten illustrator Isabelle en ik het pakket ‘Geschiedenis op de wereldkaart’ bij onze 100 Data en daarom tippen we als vergelijkbaar boek graag ‘Een wereldreis door de kunst’ van Aaron Rosen (verschenen bij Lemniscaat). Rosen neemt je mee op reis naar o.a. Teotihuacan (Mexico), Angkor Wat (Cambodja), Timboektoe (Mali) en Moskou (Rusland). Dat zijn haltes die ook de 100 Data aandoet, in het spoor van de Spinnengodin, Henri Mouhot, Mansa Moussa en Napoleon.
In ‘Held of schurk‘ (2022, Lannoo) benen Benjamin Goyvaerts en Yasmina Faid met zevenmijlslaarzen (en veel humor) door de geschiedenis. Onderweg komt hij de goede keizer Marcus Aurelius, Karel de Grote en Peter de Grote, sultan Mehmet II (die in 1453 het Oost-Romeinse Constantinopel deed vallen), Colombus, Napoleon en Rosa Parks tegen. Geen onbekende namen, voor lezers van ‘Een kleine wereldgeschiedenis in 100 grote data’.
En tot slot zijn er Elena Favilli’s ‘Bedtijdverhalen voor rebelse meisjes’ (2017, Rose Stories), waarin Cleopatra, Kate Sheppard en Rosa Parks niet konden ontbreken. Van de eerste twee kun je een gratis kleurplaat downloaden, gebaseerd op de illustratie in de 100 Data. Onder ‘In de klas’ vind je nog meer materiaal (leidraad voor een klasgesprek rond sterke vrouwen en de power lessons van 7 historische heldinnen).

Hoe kun je leerlingen laten werken met meerdere versies van één verhaal?
- Laat ze de inhoud vergelijken. Welke feiten komen in beide verhalen terug? Wat lees je alleen bij Auteur A? Wat alleen bij Auteur B?
- Laat ze voor detective spelen. Spreken de verhalen elkaar ergens tegen? Waar kunnen ze een derde (of vierde, vijfde…) bron vinden om de waarheid te achterhalen?
- Laat hen nadenken over de inhoudelijke keuzes in elk verhaal. Kunnen ze de focus of invalshoek van elk verhaal bepalen? (Ed Franck beperkt zich bv. tot de kindertijd van historische figuren – merken ze dat op?)
- Ze kunnen de verschillende versies gebruiken als bronnen voor een spreekbeurt.
- Laat hen nadenken over de verschillen in schrijfstijl, taalgebruik of vertelstem. Als dat moeilijk is, kun je concrete vragen stellen. Vraag om voorbeelden te zoeken (in elk verhaal) van moeilijke woorden, mooie zinnen, grappige fragmenten. Welk verhaal hebben ze het liefst gelezen? Welk verhaal heeft hen het meest geleerd?
- Bespreek/vergelijk de illustraties bij elk verhaal.


